Laser cleaning werkt doordat de laserenergie door de vervuiling of coating wordt geabsorbeerd. Die verontreiniging warmt op, laat los, verbrandt plaatselijk of wordt in kleine deeltjes afgevoerd. De kunst is dat het onderliggende basismateriaal zo min mogelijk ongewenst wordt beïnvloed. Dat lukt alleen wanneer de energie-inbreng, de beweging en de afstand onder controle blijven.

Operators hoeven geen natuurkundige te zijn, maar zij moeten wel enkele basisbegrippen kennen. Vermogen gaat over hoeveel energie beschikbaar is. Tijd gaat over hoe lang de energie op of in een bepaald gebied inwerkt. Materiaalreactie gaat over wat die combinatie op een specifiek oppervlak doet. De praktijk van laser cleaning is in feite het beheersen van die driehoek: energie, tijd en materiaal.

Een veelgemaakte denkfout is dat meer vermogen automatisch beter is. Dat klopt niet. Een krachtiger machine biedt meer productiepotentieel, maar verkleint ook de foutmarge. Vooral bij kwetsbare oppervlakken, randen, dun materiaal en reflecterende ondergronden vraagt meer vermogen om meer discipline. Een operator moet daarom niet leren denken in 'zo sterk mogelijk', maar in 'voldoende, beheerst en passend bij het doel'.

Ook de beweging van de operator is onderdeel van het proces. De straal doet alleen zijn werk wanneer de operator een constante, logische en veilige baan aanhoudt. Onrustige bewegingen, stil blijven hangen op één punt of telkens wisselende afstand zorgen direct voor verschillen in effect, warmte-inbreng en uiterlijk van het resultaat.